Lees hier een korte feitelijke introductie en de opening van het bijbehorende fictieve verhaal.

De feiten

Heilige familie uit modder

De woonplek in De Held is drie maal gebruikt en twee maal bewoond. Uit al die perioden zijn er vondsten, soms wat meer en soms wat minder. De eerste echte bewoning start rond 1100.

Een van de opmerkelijkste vondsten uit de opgravingen is een hanger van git. Het ongeveer 4,5 cm grote voorwerp is gevonden in een sloot, die in de middeleeuwen is gedempt. Toen het werd gevonden, dachten de opgravers eerst aan een hanger uit de 19e eeuw, leuk, maar ook niet meer dan dat. Jaren zat het in een plastic zakje (alles wordt bewaard), tot voor de publicatie van de opgravingen alle vondsten bekeken moesten worden, vijf jaar later. Toen viel het kwartje: het was een hanger uit de Romeinse tijd!

 

Het verhaal

In naam van Isis en Maria

Kleiwerd, 339

Bij de overtocht valt de wind abrupt weg. Marcus zit met zes andere soldaten en de voedster in een gehuurde vissersboot. Verderop ziet hij dat de vloot van de keizer roeiriemen uitsteekt, naar de horizon glijdt.

Pas als de nacht valt steekt een bries op.

“We zeilen door,” zegt de schipper. “De eerste paar uren zitten we in diep water en het is volle maan.”

*

Een gierende windstoot en ineens is heel de zee één woest schuimende massa. Een gordijn van inktzwarte wolken wordt over de hemel getrokken en de maan verdwijnt. Een moment zijn ze bijna blind.

“Daar!” wijst de schipper. “Een seinvuur! Daar moet een haven zijn, een inham!”

Het lichtje flakkert, verdwijnt soms helemaal in het stuivende schuim, maar het komt toch dichterbij.

Een tweede windstoot loeit aan en de mast kraakt, kiest met zeil en al het luchtruim.

Marcus wordt door het bokkende schip gesmeten …

 

Voor meer informatie over de hanger van git en het gehele verhaal: lees het boek Schatten uit de schaduw