Lees hier een korte feitelijke introductie en de opening van het bijbehorende fictieve verhaal.

De feiten

Een vuurstenen dolk

Tussen 1998 en 2002 werden vele hectaren oude oeverwal opgegraven. Dat bracht mooie sporen aan het daglicht. Er waren krassen van een eenvoudige ploeg, die de grond scheurde, maar niet keerde. Paalkuilen vormden de plattegrond van kleine gebouwen, waar ruimte was voor opslag van de opbrengst van akkers.

Er wordt een heel bijzondere vondst gedaan: een vuurstenen dolk, die eigenlijk niet inde ijzertijd thuishoort.

De dolk in kwestie is bijna 13 cm lang, 1,3 tot 2,2 cm dik en weegt ongeveer 45 gram. De dolk is van vuursteen en waarschijnlijk gemaakt in Scandinavië of in Noord-Duitsland.

Het verhaal

Offers aan de Stromende

Oever van de Hunze, 479 voor Christus

De schapen keken hem wantrouwig na, terwijl hij de het veld overstak. Een koe stak haar neus in de lucht en stootte een donker geloei uit. Hij versnelde zijn pas, maakte een sprongetje over een kuil en daar waren de bomen.

Toen hoorde hij het: een zacht, hoog gejammer. Niet de wind. Echt niet. Als een diertje, maar toch anders. Als … als …

Hij vertraagde zijn pas. Zijn hart bonsde. Zijn hand gleed naar de bijl die hij in zijn riem had gestoken, maar de steel glibberde langs het zweet in zijn hand. Water klotste onrustig tegen de oevers.

Het is niets. Verbeelding.

Maar in zijn hoofd tuimelden de verhalen over elkaar heen. Over vertoornde luchtgeesten die je meenamen en niemand die nog een spoor van je terugvond. Had hij iets gedaan om hen boos te maken? Oh, vader van mijn vader van mijn vader van mijn vader. Bescherm me …

Weer dat zachte, trillende gejammer dat leek te vervliegen op de wind. Geen mens. Geen dier.


Voor meer informatie over de vuurstenen dolk en het gehele verhaal: lees het boek Schatten uit de schaduw