Lees hier een korte feitelijke introductie en de opening van het bijbehorende fictieve verhaal.

De feiten

Wat je eerlijk vindt

“Ik stond helemaal te trillen,” vertelt Harm Homan, toen hij aan de Hoge der A in een kluit aarde zomaar een gouden ring en een gouden kruisje vond. Die kluit was vanaf de zijkant naar beneden gerold en Harm haalde zijn metaaldetector er overheen. Er klonk een mooie en harde piep in zijn koptelefoon en Harm ging bijna uit zijn bol. Twee keer goud in één haal!

De gouden ring is een zegelring uit ongeveer 1300. In het midden, aan de bovenkant zit een gesneden plaatje van git, met de voorstelling van de aartsengel Michaël. Michaël is de aanvoerder van de engelen en bestrijdt het kwaad. Dat is de draak aan zijn voeten, die hij met zijn speer dood steekt.

 

Het verhaal

De Boze kroop naar binnen

Groningen, 1273

 Ze staarde naar haar handen, gevlekt door spatten bloed. Voorzichtig bracht ze haar hand naar haar gezicht, streek over haar wang en keek naar haar vingers. Ze moest zichzelf opengehaald hebben. Hoe? Dat wist ze niet. Wanneer? Wist ze ook niet.

Een herinnering drong zich op. Werk! Er was werk geweest op de kade. Haar moeder had haar erheen gestuurd. Ze moest …

Ze hees zichzelf op wankelende benen. Slikte hard om de misselijkheid te onderdrukken. En toen viel haar blik op een gestalte aan het einde van de steeg. Een lange, gespierde jongeman met halflange blonde haren in een staart en een grove tuniek keek haar aan met grote, verwarde ogen. “Joris?” Haar hart sprong op. “Joris!”

Maar hij gaf geen antwoord. In plaats daarvan sloeg hij een kruis en maakte het teken dat hem moest beschermen tegen het boze oog. “Wie ben jij?”

 

Voor meer informatie over de ring en het kruis en het gehele verhaal: lees het boek Schatten uit de schaduw