Bange Berend

 

(SKSG ‘t Boegbeeld, 30 augustus 2011)

 

Groningen, 1672

 

Floria liep van de smidse van haar vader naar de Grote Markt. Bij elke stap keek ze rillend om zich heen. Ze hoorde knallen van kanonschoten.

Ze liep langs de Martinitoren, om melk en brood te kopen op de markt. Op de markt stond tussen de kraampjes een groot kanon. Ze schrok toen het kanon afgeschoten werd. Om het kanon heen stonden allemaal mannen met rapieren en musketten.

Joris stond tegen de Martinitoren aan te leunen en keek naar het kanon. De zon scheen op zijn hoofd, hij zweette heel erg.

Joris wilde heel graag musketier worden. Hij hield de baas van het kanon in de gaten, want hij wilde graag leren van Mark Henry. De aanvoerder van de soldaten van Groningen won alle duels waar hij aan meedoet.

Floria liep verder en keek naar het kanon. Ze zag niet dat er een kanonskogel van Bommen Berend uit de lucht kwam vallen. Het was een hele grote kogel, van het grootste kanon dat de vijanden bij zich hadden.

Niemand zag het, behalve Joris.

Hij keek naar het meisje, ze bibberde, haar ogen waren heel groot. Hij keek omhoog en zag een grote kanonskogel door de lucht vliegen. Hij zag dat de kogel het meisje met de bruine krulletjes en de blauwe ogen zeker zou raken. Joris rende keihard naar haar toe en hij tilde haar op. Hij rende de Grote Markt op. Achter hen knalde de kogel op de grond. Een groot gat. Hij stopte, zette het meisje neer en hij vroeg: “Hoe heet jij?”

Het meisje bibberde nog erger. Ze zei: “Ik heet Floria.”

Tjonge jonge, wat was ze geschrokken. En wat was ze blij dat die stoere jongen in de buurt was.

“En hoe heet jij dan?” vroeg ze.
“Ik heet Joris,” zei de jongen. “En ik wil musketier worden.”

Floria zei: “Ik denk dat dat wel gaat lukken, want je bent heel dapper.”

“Dat vind ik ook,” zei een stem. Naast Joris en Floria stond opeens een grote man, van ongeveer veertig jaar.

Het was Mark Henry, de beroemde musketier. Hij zei tegen Joris: “Wat dapper dat je dat meisje hebt gered. Wie ben jij eigenlijk?”

“Hij heet Joris en hij wil musketier worden,” zei Floria.

Mark Henry lachte. “Je kan bij mij in de leer gaan.”

“Echt waar?!” zei Joris blij. “Ja natuurlijk, ik wil graag uw leerling zijn.”

Mark Henry zei: “Kom maar mee, Joris. Dan ga ik jou leren hoe het kanon werkt.”

Later zou Mark Henry Joris ook leren hoe je met een schild en een degen moest omgaan. Maar eerst was het kanon aan de beurt. Floria keek toe. Joris wilde heel graag met de andere musketiers de stad verdedigen.

De kanonskogels vlogen nog steeds over de stad. Al die mooie huizen gingen zo kapot, straks veroverden ze de stad nog. We moeten er iets aan doen, vond Floria.

Floria keek naar het grote kanon. Ze zei: “Zullen we de kanonskogel terugschieten?”
“Poeh, jij durft wel,” zei Joris.

“Weet je welk kanon dit is?” vroeg de musketier.

“Nee,” zei Floria.

“Dit is het allergrootste kanon van Groningen. De Grote Griet. Daarmee kunnen we de kogel die jou bijna raakte terugschieten.”

Joris droeg de kanonskogel mee, die Floria bijna had verpletterd.

Floria zei: “Die richting moeten we naar toe schieten.”

De musketier legde aan Joris uit hoe je het kanon moet laden. Joris stopte eerst kruit en daarna de kogel in de mond van de Grote Griet. Best wel moeilijk werk, maar het lukte.

“Omdat Floria het bedacht heeft, vind ik dat zij de lont mag aansteken,” zei Mark Henry.

Joris en de andere musketiers vonden dat ook. Floria lachte en stak de lont aan.

“Allemaal achteruit nu!”

Er volgde een harde knal en de kogel vloog weg.

Waar zou die terecht komen?

***

Bommen Berend zat te eten in de toren in Haren. Hij had een lekker bord boeskool voor zijn neus. Hij nam een hap, maar opeens: een vreselijk geluid van boven en al z’n eten spatte over de grond. Hij schrok zich een hoedje! Hij werd zo bang dat hij naar beneden rende en wegvluchtte.

Toen heette hij niet meer Bommen Berend, maar Bange Berend.

Op 30 augustus 2011 geschreven door: David, Sytze, Lean, Cedric, Rayvone, Noa, Naomi, Florianne, Berthe en Maikel tijdens Schat zoekt Vinder op School met Martijn Lindeboom.