De helpers van de Grote Griet

 

(Michaëlschool, groep 6, 23 februari 2012)

 

Groningen, 1672

1

Het is in de middag. Vincent wil naar buiten om een luchtje te scheppen. En dan…

Boem!

Verderop in de stad stort een huis in en het begint te branden.

Vincent roept: “Julia, kom eens … was dat een kanonskogel?”

Julie kijkt ook en zegt: “Nee, dat is geen kanonskogel. Dat is een granaat of een bom. Wat een verwoesting!”

Vincent zegt: “We moeten daar naartoe. Ik moet een kogel hebben.”

Vincent is nieuwsgierig en denkt dat hij alles kan.

2

Julia en Vincent wonen in een klein huisje in de Boteringestraat. Hun huis is niet meer stevig en ze wisten dat ze er iets aan moesten doen. Ze hebben geen eten en drinken meer en het ergste: Vincent en Julia hebben geen geld en geen ouders meer. Gelukkig zijn ze wel erg slim en Vincent bedenkt altijd nieuwe dingen. Nu ook: hij heeft plannen voor de bommen van bisschop Berend.

3

Ze komen aan bij het verwoestte huis en pakken zeven bommen die niet ontploft zijn uit de ruïne. Ze stoppen de bommen in een tas. Ze lopen naar huis, en onderweg komen er nieuwe bommen achter hen neer. Ze rennen weg. Na een tijdje komen ze bij de Butjesstraat. Daar zien ze dode mensen liggen, geraakt door kanonskogels.

Julia zegt: “We moeten ze helpen!”

“Nee,” zegt Vincent. “Dat heeft geen zin. We moeten naar huis!”

4

Vincent gaat aan tafel zitten.

“Steek jij de kaarsen aan?” vraagt hij. Terwijl Julia de kaars aansteekt, begint Vincent met hameren

Kleng, beng, klinkt het.

“Zou je dat nou wel doen?” vraagt Julia. Hij kan het gezeur van zijn zusje echt niet aanhoren. Vincent draait zich met een ruk om, terwijl hij roept dat alles goed gaat valt de kaars om. De lont van één van de bommen begint te sissen.

“Kom mee, naar buiten!” roept Julia.

“Huh, waarom?” vraagt Vincent. Ze trekt hem mee, de kamer uit.

Boem!

“Daarom,” zegt Julia, terwijl ze naar hun huis kijkt … De voordeur is er helemaal uitgeknald.

5

Vincent en Julia gaan het huis weer in. Het is een rommeltje, het ruikt er naar rook en alles zit onder de as en ze hoesten. Julia zegt tegen Vincent: “Weet je wat, ik heb een plan bedacht.” Ze wijst op de zes bommen die wonder boven wonder niet afgegaan zijn. “Als we de lont uit de bom halen, dan gieten we het buskruit eruit en de bom ontploft dan niet.”

Vincent wil eerst boos reageren, maar dan ziet hij wat ze bedoelt. Hij glimlacht. “Goed idee!”

Julia gaat verder: “We pakken de emmer uit de schuur, dan lopen we met het buskruit naar de Grote Griet. Dan kunnen we tenminste terugschieten!”

6

De emmer is vol.

“Kom we gaan naar de Grote Griet,” zegt Vincent.

“Is dat wel veilig?” vraagt Julia, opeens twijfelend.

“Ja, ik blijf bij je,” zegt Vincent. Hij ziet nooit gevaar.

Ze gaan op weg. Julia hoort iets en kijkt op.

“Vincent, kijk uit, een bom!”

Ze springen opzij.

Boem!

Dat was net op het nippertje.

“Snel rennen,” zegt Vincent en ze rennen weg met de emmer. Ze komen aan bij de Grote Griet. Ze geven het buskruit aan de soldaat met de grootste pluim op zijn hoed.

“Bedankt, dat hadden we net nodig,” zegt de musketier. “Jullie zijn helden, nu kunnen we ons weer verdedigen.”

 

En zo gebruikten de Groningers de kanonskogels en het buskruit van Bommen Berend tegen hem, net zolang tot hij er op 28 augustus vandoor ging.

 

Op 23 februari 2012 geschreven door: Ineke, Klaas, Nathalie, Cédric, Ferano, Cato, Saba, Rosalie, Andrei, Pepijn, Abdelaziez, Roma, Lieke, Teide, Josefien, Daniel, Morena, Shomisha, Kevin, Arash, Titus, Matthijs, Ties, Gkilia, Roshana, Ruth en Nelly, tijdens Schat zoekt Vinder op School met Martijn Lindeboom.