De kleine griet

 

(Borgmanschool, locatie Jacobijnenstraat, groep 6, 30 september 2011)

 

Groningen, 1672

 

Het is een zonnige dag. Roos zit op de stadsmuur uit te kijken over de velden, naar de Kempkesberg, waar de kanonnen van Bommen Berend staan.

Dan komen Tim en Sjaak er aan in hun mooie uniformen. Sjaak heeft een zwart kruis op zijn tuniek geborduurd. Zijn kleren zijn verder zilver met rood. Allebei dragen ze een hoed met een rode pluim. Zij bewaken de muur. Roos kijkt naar ze en ziet daarom niet dat er kanonskogels uit de lucht komen vallen.

Sjaak ziet het wel en hij roept: “Kijk uit!”

De muur wordt geraakt en de bommen ontploffen. De klokken van de Martinitoren beginnen te luiden.

Roos, Sjaak en Tim zien niets meer door de rook en het stof. Het stinkt naar buskruit. Er klinkt een luid kraken en dan verdwijnt Roos in de rookwolken.

Tim en Sjaak roepen: “Roos! Ben je in orde?”

Tim en Sjaak rennen naar het stuk muur waar Roos verdwenen is, om haar te redden. De muur is aan het instorten. Roos wankelt op de rand. Tim probeert haar hand te grijpen. Hij heeft haar vast, maar ze vallen allebei achterover, de muur af, bijna de gracht in. Sjaak neemt een reuzensprong en pakt Tims voet. Tim hield Roos’ hand nog net vast en ze bungelden aan de muur. Gelukkig was Sjaak heel sterk en hij kon ze allebei optrekken.

Roos en Tim zijn allebei gered. Roos vertelt wat ze gezien heeft, toen ze aan de muur bungelde: “De soldaten van Bommen Berend komen er aan! Ze sluipen op de muur af, maar ik kon ze toevallig zien!”

Tim en Sjaak volgen Roos, die hen aanwijst waar ze de vijand gezien heeft. Er is geen tijd om de Grote Griet te laden, dus grijpen ze met z’n drieën een klein kanon. Ze slepen het naar de poort.

Uit de rookwolken zien ze vijf musketiers van Bommen Berend naar het gat in de muur rennen. Samen met de andere verdedigers weten ze ze allemaal neer te schieten, voordat ze Groningen binnen kunnen komen.

Tim merkt dat het alleen verkenners waren. Ze horen heel veel hoefgetrappel, maar ze kunnen niets zien door de rook.

Opeens komt er een heel leger uit de rook aangestormd. Alle musketten zijn leeggeschoten, dus de verdedigers grijpen hun degens. Roos roept Tim en Sjaak en samen tillen ze het kleine kanon op. Terwijl de verdedigers door het leger van Bommen Berend de stad in wordt geslagen, richten de drie hun kanon.

Net als alles verloren lijkt, steken ze de lont aan en vuren het kanon af. De kogel ontploft midden tussen de vijanden. Uit de stad volgen er nog meer kanonskogels en de soldaten van Bommen Berend gaan er in paniek vandoor.

Dan is het helemaal stil. Als de rook op begint te trekken, zien ze dat de vijand zich teruggetrokken heeft.

De volgende dag blijkt Bommen Berend vertrokken te zijn. Het is 28 augustus. De baas van de verdedigers komt naar Roos en Tim en Sjaak toe om ze uit te nodigen voor een groot feest. Daar worden ze gehuldigd door de burgemeester en krijgt hun kanon een naam: de Kleine Griet.

Op 30 september 2011 geschreven door: Teko, Gilbert, Vera, Chiena, Alex, Ruben, Wouter, Tycho, Ivo, Marjolein, Ilja, Sjoerd, Sem, Ola, Merlijn, N’deye, Emma, Joost, Ravi, Sanne, Same, Thiemen en Cyrille tijdens Schat zoekt Vinder op School met Martijn Lindeboom.