Gif voor de pijn

 

(Borgmanschool, locatie Warmoesstraat, groep 7, 17 november 2011)

 

Groningen, 1672

 1

Het was 1672, een treurige middag in Groningen. Kogels vlogen door de lucht en Torak zat midden in een gevecht met de mannen van Bommen Berend, toen hij geraakt werd. Hij werd op zijn been getroffen door een kanonskogel en viel van de muur. Hij scheeuwde het uit!

Een tijd lang lag hij half bewusteloos op straat.

Toen kwam er een mysterieuze vrouw aan. Ze boog over hem heen. Ze was een oude, wijze vrouw en ze heette Kathelijne. Ze vroeg wat er was gebeurd.

“Ik ben geraakt!” kreunde Torak.

“Ik help je wel,” antwoordde de oude vrouw.

2

Kathelijne bracht Torak zo snel mogelijk naar de kelder in haar kruidenhuisje in een zijstraat van de Herestraat, waar mensen heel moeilijk konden komen. Ze zei tegen Torak dat ze een verfrissend drankje voor hem zou maken. “Dat geneest je wonden.”

Ze krabde aan haar hoofd en dacht na. Welke kruiden zou ze in het drankje doen? Het moest een krachtig brouwsel zijn, maar was het niet te gevaarlijk?

Ze hoorde Torak schreeuwen en ze vroeg fronsend wat er was.

“Ik heb zo’n pijn!” riep Torak.

“Het kruidendrankje komt er zo aan,” zei Kathelijne.

3

Kathelijne was in de keuken om de ingredienten te pakken, maar ze kon de digitalis niet vinden. Ze riep haar dochter. “Keet, kom eens naar de keuken!”

Keet kwam eraan gerend. Ze had net wat met Torak gepraat, door het kelderraampje heen. Ze vond hem leuk.

“Mam, wat is er?”

“Weet je waar het vingerhoedskruid is?”

“Digitalis? Ja, maar er moet nieuwe geplukt worden. Zal ik dat voor je doen?”

“Graag.”

Keet ging snel naar de kruidentuin, achter hun huisje. Ze sneed de bloemetjes af en vroeg zich af waarom haar moeder deze plant nodig had.

4

Keet liep de keuken weer in en ze hoorde haar moeder op de gang mompelen. Ze boog voorover om te luisteren, terwijl ze de gifplant op het aanrecht legde.

“De pijn van die soldaat is ook weg als hij dood gaat aan de digitalis.”

Keet schrok en rende weer naar buiten. Ze keek de kelder in en zag Torak liggen, met zijn handen om de wond aan zijn been. Hij keek smekend naar haar op. Ze verstijfde. Het schoot haar te binnen dat de digitalis erg giftig was. Wilde haar moeder hem met digitalis doden? En zij had voor het gif gezorgd! Ze barstte in huilen uit.

5

Keet fluisterde door het kelderraam tegen Torak: “Ik moet je uit die kamer krijgen, anders krijgt mijn moeder je te pakken. Ik ga de sleutels van de kelderluik halen.”

Ze sloop het huisje in, op weg naar de kamer van haar moeder. Kathelijne stond neuriënd in haar kruidendrank te roeren. Keet sloop voorzichtig de kamer van haar moeder in. Daar lagen de sleutels van de buitendeur en het kelderluik.

Ze ging door de keuken naar buiten. Kathelijne was bijna klaar met het koken van het brouwsel. Keet ging naar het luik en maakte het slot open.

Ze klom naar binnen en zei tegen de gewonde soldaat: “We moeten er van door. Je bent in gevaar!”

Hij keek haar angstig aan. “Weet je het zeker?”

“De digitalis…”

Kathelijne kwam binnen en keek Keet streng aan.

“Digitalis werkt als pijnstiller, als je er weinig van gebruikt,” legde ze uit. “Alleen bij te veel ga je er aan dood.”

Keet boog haar hoofd. Ze had te snel een conclusie getrokken. “Het spijt me, mam.”

Torak keek verbaasd heen en weer. Hij wilde alleen maar het kruidendrankje.

“Geeft niet kind,” antwoordde Kathelijne. “Het zijn verwarrende tijden.”

 

Torak was snel weer op de been en kon weer vechten, ook al bleef hij zijn leven lang hinken. Zo hielpen Kathelijne, Keet en Torak met de bevrijding van Groningen op 28 augustus 1672.

 

Op 17 november 2011 geschreven door: Rik, Donner, Mik, Kee, Katherine, Temmo, Amber, Sergio, Laura, Job, Ben, Sami, Chiara, Isis, Mohammed, Ilyana, Anne, Camiel, Weslie, Roos, Ida, Merijn, Roan en Sam, tijdens Schat zoekt Vinder op School met Martijn Lindeboom.