Samengesmeed in oorlog

 

(Groningse schoolvereniging, groep 6B, 27 januari 2012)

 

Groningen, 1672

1

Willem werd wakker en dacht meteen aan zijn vader. Zijn vader was namelijk ziek. Willem moest op tijd zijn voor de smidse. Toen hij aankwam bij de smidse liep er een dokter langs.

“Kunt u naar mijn vader kijken?” vroeg Willem.

“Tuurlijk, dat doe ik graag. Ik kom morgen als ik tijd heb.”

Willem kon wel een sprongetje maken van geluk.

2

Op een dag moest Maartje van haar vader een dag meehelpen bij de smidse van Willems vader, zodat haar vader dan de vader van Willem kon helpen. Ze wilde niet graag alleen thuis blijven. Ze wou graag tussen wapens zitten, zodat ze zich kon verdedigen als er een aanval werd gepleegd door Bommen Berend. Maar van Willem moest ze helpen met smeden, dat vond ze niet leuk.

“Ik vind het hier stom, jij bent stom, ik wil naar huis!” schreeuwde Maartje. “Nee, je moet de hele dag hier werken van je vader. Je moet hier blijven, ik wil niet dat je wat overkomt,” riep Willem terug.

De vader van Maartje kwam de smidse in en vroeg: “Waarom schreeuwen jullie zo? Wat is er aan de hand?”

“Niets hoor,” zeiden ze tegelijkertijd.

3

Toen Willem voor het eerst Maartje ontmoette, vond hij haar gelijk leuk. Hij kreeg Willen een idee. Hij wilde iets moois voor Maartje maken. Maar wat? Een zwaard? Nee, daar hadden ze het geld niet voor en het duurt te lang. Misschien een kanonskogel? Nee, dat was niet geschikt voor in huis en haar vader zou woedend worden over zulk oorlogstuig. Toen wist Willem het: een mooie ketting voor hen alle twee, één helft van een hartje voor Maartje en de andere helft voor hem. Daar hadden ze de spullen wel voor en het duurde niet al te lang. Willem keek in alle hoeken en gaten. Hij pakt een mooie zilveren knoop van zijn vader en wat ijzer. Aan Maartje vroeg hij of ze het vuur wilde opstoken. Toen ging hij aan het werk.

Dagen later, toen Maartje niet meegekomen was, kwam de vader van Maartje binnen en vroeg aan Willem of hij een paar medicijnen op de markt wil halen voor zijn vader.

4

Willem was op de markt voor de medicijnen. Hij hoorde opeens een raar geluid in de stad. Dus hij gaat snel naar het huis waar het vreemde geluid vandaan kwam. Hij zag  wat vreselijks … Er stortte een reuzenkanonskogel op Maartjes huis. Hij hoorde een stem die hem bekend voorkwam. Het was Maartjes stem. Ze riep help! Willem dacht in zichzelf, ik moet iets doen, ik moet iets doen. Hij klom op het huis om Maartje en haar vader te redden. En toen hij bij Maartje kwam, zei ze: “Ik kan het zelf wel hoor.”

Totdat er weer een kanonskogel kwam, toen zei ze: “Akkoord, help me maar.”

En Willem redde Maartje en haar vader.

5

“Dank je, dank je,” riep Maartje. “Maar wat wil je ervoor terug?”

“Ik wil dat je iets aardiger doet als je komt helpen in de smidse,” zei Willem.

“Oké, ik wil best helpen, het lijkt me een leuk vak om te leren,” zei Maartje.

“Dat is goed,” zei Willem verbaasd.

“Oké, dan kom ik zo meteen, dan doe ik oude kleren aan,” riep Maartje enthousiast.

“Goed, tot zo,” zei Willem.

Maartjes vader stuurde bericht dat Willems vader weer helemaal zou opknappen. Even later kwamen Maartje en Willem bij elkaar in de smidse.

“Hallo, hier ben ik weer,” zei Maartje

“Goed, dan kunnen we beginnen,” zei Willem

“Ik had nog wat voor je,” zei Willem blozend. “Maar ik heb het nog niet af kunnen maken. Zullen we het dan samen afmaken?”

“Ja,” zei Maartje. “Wat leuk, maar wat is het dan?” vroeg ze verbaasd.

“Een vriendschapsketting,” zei hij blij.

“Leuk,” zei ze en ze gingen aan het werk.

Op 27 januari 2012 geschreven door: Lotte A., Noa, Rutger, Sebas, Halime, Lotte D., David, Sietse, Maran, Javier, Vera, Roman, Tijmen, Julia, Rianne, Myrthe, Ernst, Olivier S. Daniel, Lotte J., Mare, Marnix, Olivier vd W., Karien, Anna, Levon en Xanthia, tijdens Schat zoekt Vinder op School met Martijn Lindeboom.